Verrassende wendingen

Strand bij Burntisland

De zon staat stralend aan de hemel als ik even voor 9 uur op het oneindig lijkende strand van Burntisland sta. Mijn B&B is maar een paar honderd meter van het kustpad dus ik hoef niet ver. Vandaag ga ik weer verkassen naar een nieuw adres en dus gaan alle spullen mee.

Ik had gelezen dat de route over de weg naar het volgende dorp, Kinghorn zou gaan. Maar op het strand zie ik een groot bord, waarop staat dat je bij eb het kustpad over het strand kunt lopen. Alles liever dan over de weg, dus ik zet meteen koers naar het noordoosten. De wind, die van zee komt, is lekker fris en ik hoor gelijk al scholeksters en even later ook een wulp roepen. Wat een heerlijke dag! Ik zie dat de overkant van de Firth of Forth minder geluk heeft. Daar hangen meer wolken boven het land. Toen ik daar een paar dagen geleden zelf liep, had ik dat ook al opgemerkt. Dat aan de overkant, in Fife dus, veel vaker de zon schijnt dan rondom Edinburgh. Maar eerlijk gezegd houd ik ook van wolken, ik vind de afwisseling fijn.

Als ik een lage duinwal oversteek, zie ik aan de andere kant weer een grote zandvlakte en Kinghorn Harbour liggen. Alle bootjes liggen op het zand. Het is grappig dat ik er gewoon naartoe kan lopen.

ik weet niet wat het is, maar om de een of andere reden, let ik nu steeds goed op, of ik ook ergens iets kan drinken of eten. Bij m’n B&B zat geen ontbijt inbegrepen. Nu heb ik wel thee en een broodje op, maar natuurlijk geen uitgebreid ontbijt, dus misschien ligt het daaraan. Ik verwachtte bij het haventje wel een pub ofzo te vinden, maar nee er is niets. En als ik een stukje verderop bij het eigenlijke dorp kom, tref ik daar ook al geen uitbater. Wel een keurig openbaar toilet, wat voor een vrouw erg fijn is. Ik kom ze gelukkig geregeld tegen langs de kust, maar dit is wel de netste van allemaal.

Toiletgebouw van Kinghorn

Ik zie ook weer een stel grote sternen. Een is een jong, die steeds om eten bedelt bij de volwassen vogel. Op een gegeven moment heeft hij een visje in z’n bek en meteen vliegt er een grote meeuw op hem af. De stern vliegt ook op met de meeuw op z’n staart. Ze zwenken allebei in allerlei bochten door de lucht. Ik verwacht al bijna dat de stern het visje moet loslaten, maar dan maakt hij een verrassende wending naar beneden en de meeuw vliegt door en taait af. Ha, punt voor de stern! Sternen zijn sowieso veel wendbaarder en ranker gebouwd dan meeuwen, dus dat geeft ze al een voorsprong.

De route voert tussen Kinghorn en Kirkcaldy over een verrassend mooi kustgedeelte. Het is rotsachtig, er bloeien veel bloemen, die zoemen van de bijen, er fladderen bontgekleurde vlinders, vogeltjes fluiten in de struiken en op en in het water zwemt ook van alles. Ik kom bijna ogen en oren tekort. En vlak voor ik bij het drukke, stedelijke gebied van Kirkcaldy kom, zie ik een zeehond op een rots klimmen. Ik ben verrast hoe behendig hij dat doet. Omdat ik er nu oog voor heb, zie ik op een andere rots ook een aantal zeehonden liggen. Ze zien er koddig uit, met hun staart omhoog of met hun kop naar beneden hangend over de rand van de rots. Net een stel hang-honden.

Zeehonden op een rijtje

De drukte van de stad Kirkcaldy begint ruim voordat ik er ben al voelbaar te worden. Er lopen meer mensen met honden, ik kom hardlopers tegen, hele gezinnen aan de wandel (mooi om te zien overigens), en mountainbikers. O en wildswimmers natuurlijk, wat je je ook bij die term voor moet stellen. Zwemmers in het wild, als tegenovergestelde van gekooide zwemmers? Of zou het wilde aspect, de zee, een heel bijzondere plek zijn om te zwemmen? Vroeger deden we niet anders. Ik zou ze gewoon zeezwemmers willen noemen, want dat is tenslotte wat ze doen. Maar dat terzijde. Het voordeel van een stad is dat er veel voorzieningen zijn. Ik ben nauwelijks in de stad, of ik loop al tegen een megagrote supermarkt aan. En er is een koffiecorner, the Brew, waar ze lekkere koffie hebben. Ik koop er gelijk maar vast m’n lunch. Vanaf hier neem ik de bus naar het eindpunt van deze wandeling, East Wemyss. Uit te spreken als: Wheem, zoals de buschauffeur me corrigeert: ‘Waar wil je naartoe? O, je bedoelt East Wheem! Haha, leuke uitspraak hoor Whèmis, maar wij zeggen hier Wheem.’ Vanuit East Wheem loop ik terug naar mijn nieuwe B&B in Kirkcaldy. Op deze manier hoef ik niet de lange, drukke boulevard van Kirkcaldy over te lopen, want daar heb ik niet zo’n behoefte aan.

West Whemyss

East Whemyss is een slaperig dorpje waar het heerlijk stil en rustig is. Al vrij snel loop ik weer op een natuur paadje langs het water en voel ik een last van me afvallen. Alsof ik de stadsdrukte letterlijk op me voel drukken. West Whemyss is een schattig dorpje met een klein haventje en een community pub en cafe. Dat soort initiatieven moet je natuurlijk ondersteunen. Dus als het (right on cue) begint te regenen duik ik het cafeetje in.

Het volgende dorp op de route, Dysart is de verrassing van de dag. Het is een oud haven plaatsje dat tegen Kirkcaldy aan ligt. Of beter gezegd, Kirkcaldy is tegen Dysart aan gegroeid. Ook is er lang kool gewonnen in dit gebied, dat z’n sporen heeft achtergelaten in de omgeving en het type bevolking. Vanuit het noordoosten wandel ik eerst door verpauperde straten, waarbij sommige huizen bijna van triestigheid uit elkaar vallen. Vervolgens staat er een bordje ‘historische haven’ en loop ik opeens door een soort geconserveerd, modeldorp met een haventje. De tegenstelling is echt bizar, maar het oude deel is werkelijk schilderachtig. Je kunt er trouwens goed Nederlandse invloeden terug zien (zoals overigens in heel veel haven plaatsen langs de Noordzee). De schepen dreven handel met o.a. Nederland, in zout, kool, wol of linnen en als ze terug keerden, namen ze Hollandse producten mee terug, zoals dakpannen. Die zie je hier regelmatig (terwijl de Britse dakbedekking meestal leisteen is) of de rage van trapgevels, die zie je in deze kustplaatsjes ook veel. Toch leuk en verrassend zo’n Hollands tintje.

Kirkcaldy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *