Over de brug

Spoorbrug over de Firth of Forth, met daarachter de Road Bridges

Het regent vandaag. Dat is de eerste keer sinds ik op het Schotse kustpad ben gaan wandelen, tenminste het heeft al eerder geregend, maar toen hoefde ik er niet doorheen te lopen. Nu ga ik op weg naar Fife en verlaat mijn B&B in Musselburgh. Met een beetje pijn, want ik had een goede klik met de gastvrouw, Wendy.

Wendy is gepensioneerd, maar heeft in de kinderopvang gewerkt en drie zonen. Ze houdt ook van schrijven en heeft een ‘creative writing’ cursus gedaan, dus we hebben best wat gemeen. Ze legt uit welke bussen ik kan nemen om in Cramond te komen (aan de zuidkant van de Forth), waar ik mijn wandeling wil beginnen. Dat lijkt me namelijk een mooi gebied met veel bos. Maar eerst rijd ik door het centrum van Edinburgh en omdat ik toch van bus moet wisselen kan ik nog mooi even naar het kasteel kijken.

Edinburgh Castle

In de bus naar Cramond vraag ik aan een vrouw hoe ik het beste bij de kust kan komen aan de andere kant van de Almond rivier, want ik zie op de kaart eigenlijk alleen de brug waar de drukke doorgaande weg overheen gaat. ‘Nou dat klopt er is maar een brug.’ zegt ze ‘Het lijkt wel of het hier lekt’ roept ze er meteen achter aan, terwijl ze een druppel van haar hoofd veegt. We kijken naar boven en zien langs de rand van het plafond allemaal druppels hangen. Ik schuif m’n rugzak een stukje naar me toe. Er zit dan wel een regenhoes om, aan de rugkant kan het nog steeds nat worden. Als we in Cramond zijn, moet zij eerder uitstappen dan ik, ‘2 stops verder moet jij uitstappen hè!’ drukt ze me nog op het hart. Ik let goed op, maar opeens zie ik de tweede halte langskomen, terwijl we nog lang niet bij de brug zijn. Dus vraag ik het aan de buschauffeur. ‘Ja, Cramond Bridge hebben we net gehad’, zegt hij nukkig, ‘maar oké, je mag hier nog wel uitstappen’. Want hij slaat linksaf, terwijl de brug zich rechtsaf bevindt. Ik bedank hem, pak snel m’n rugtas en stap uit. Hij rijdt meteen door en ik bedenk plotseling dat ik ook een plastic tasje met een lunchpakketje bij me had. Die ligt nog in de bus! Hij staat nog bij het stoplicht, dus ik ren ernaar toe en klop op de deur ‘ik heb mijn tas vergeten!’ roep ik, ‘ mag ik hem nog pakken?’ Hij kijkt me nors aan, zegt iets en wijst naar het stoplicht. Vervolgens kijkt hij strak voor zich uit en negeert mij. Tot het licht na een seconde of 10 op groen springt en hij wegrijdt. Ik had nog makkelijk m’n tasje kunnen pakken en voel me behoorlijk in de kou gezet. Tot overmaat van ramp moet ik nu een mijl langs een drukke weg lopen om bij de brug te komen én blijkt Cramond in de aanvliegroute voor Edinburgh airport te liggen. Elke 5 minuten komt er met veel lawaai een vliegtuig over. Ik baal.

Wandelend onder de bomen langs het Dalmeny Estate voel ik me snel weer beter. Als je loopt, laat je letterlijk dingen achter je, dus laat ik deze vervelende ervaring achter me en ik bid dat iemand die het nodig heeft mijn lunch vindt en er lekker van geniet. Gelukkig heb ik nog een appel en een zakje chips in m’n rugzak. En de regen wordt ook al minder, maar in het bos regent het altijd twee keer. Een keer uit de lucht en een keer als de wind de druppels van de bladeren waait. Dus houd ik toch die regenjas maar bij de hand. Sommige bomen beginnen al mooi te kleuren.

Op een gegeven moment zie ik de geweldige Firth of Forth spoorbrug tussen de bomen opdoemen. Wat een machtig bouwwerk is dat! En het staat er al bijna anderhalve eeuw. South Queensferry is mijn eindpunt is aan deze kant van de Firth of Forth. Het is de vroegere veerhaven, waarvandaan het veer naar North Queensferry aan de andere kant van de Forth vertrok. Nu ligt het ingeklemd tussen de spoorbrug en de autoweg brug. Ik kan me voorstellen dat de mensen die hier eind 19de eeuw leefden niet blij geweest zullen zijn met zo’n monsterlijk bouwwerk van een spoorbrug achter en boven hun dorp. Naast het feit dat het hun broodwinning in gevaar bracht, zorgden de stoomtreinen voor veel lawaai en luchtvervuiling, zoiets als de vliegtuigen van nu (al zal er niet elke 5 minuten een trein gereden hebben). Het zal toch het leven in dit waarschijnlijk vredige dorpje voorgoed hebben veranderd.

Haventje van South Queensferry

Hier moet ik een beslissing nemen. Ik heb er inmiddels 13 km op zitten. Ik kan de trein nemen naar de overkant en eventueel daar nog een stukje lopen, of ik kan naar de overkant lopen via de autobrug. Dat is totaal 4,5 km extra, de brug heeft een lengte van 2,5 km plus de extra kilometers om er te komen en aan de overkant bij het station van North Queensferry. Ik ben bang dat ik het niet ga volhouden, omdat ik nu al zere voeten heb en natuurlijk een zware rugzak draag. Ik kijk naar de brug en zie dat er mensen op lopen. Het lijkt me wel heel gaaf om te doen. Ik kijk naar de spoorbrug en bedenk dat ik daar al een keer overheen ben gegaan met de trein. Dat geeft de doorslag, ik wil graag nieuwe uitdagingen aangaan en dit is er een. Ik ga over de autobrug lopend naar de overkant!

Bijna dansend loop ik naar de overkant en grijns de hele tijd. Dit is zo fantastisch! Er is overigens weinig verkeer op de brug, omdat er groot onderhoud wordt gepleegd. Alleen werkverkeer, bussen en taxi’s rijden erover en fietsers en voetgangers. Iedere keer als er een bus aankomt, begint de hele brug te trillen en ik denk, als het flink waait dat je hem ook wel voelt bewegen. Af en toe kijk ik naar beneden, wat een diepte! En ik raak de dikke stalen buis aan waar de kabels door lopen die de brug dragen. Ook al doen mijn voeten zeer en loop ik aan het eind niet zo makkelijk meer, dit had ik echt niet willen missen. Zo zie je maar ‘voak beuj te bange’, zoals een Twents spreekwoord zegt.

Station North Queensferry met erachter de spoorbrug

Op het station van North Queensferry blijkt de kaartautomaat niet te werken. Dus ik loop wat heen en weer om te zoeken naar een andere manier om aan een kaartje te komen. Er is wel een stationsgebouw met een ruimte waar vroeger het loket was, maar daar zit nu een museumpje in. Als ik het perron weer op loop, zie ik een man op een bankje zitten. ‘De service is echt waardeloos’ zegt hij uit het niets en blijft over z’n telefoon gebogen zitten. Ik kijk om me heen, maar er is verder niemand, dus hij zal het wel tegen mij hebben. Ik vraag of hij weet hoe ik aan een kaartje kan komen. ‘Die moet je daar kopen’, wijst hij naar de automaat. ‘Ja, dat weet ik, maar die werkt niet’, zeg ik. Hij staat op , bekijkt het scherm en drukt op het touchscreen ‘Hm, je zou hem moeten resetten, maar ja, dat kan niet. Tja dan moet je in de trein een kaartje kopen. Of je reist gratis, want soms zijn ze onbemand, dan heb je geluk. Ik maak wel wat schaduw, dan kun je een foto maken.’ Ik snap eerst niet wat hij bedoelt, maar dan heb ik door dat hij een foto van het scherm van de automaat bedoelt. ‘Ah als bewijs dat hij het niet doet’, zeg ik terwijl ik onder z’n arm door de foto maak. ‘Als je echt paranoïde bent, kun je er ook nog een van de naam van het station maken’, zegt hij nog. ‘O ja, nou, bedankt, ik moet op het andere perron zijn’, maak ik me ervan af en ga snel de brug over. Echt, je hebt mensen, die in een soort eigen wereld leven en dan denken dat iedereen meteen snapt waar ze het over hebben. Ik bedenk dat ik op het volgende station toch moet overstappen, dus koop ik daar wel een kaartje. Vannacht slaap ik in Burntisland en morgen begin ik met het Fife Coastal Path.

Voor de liefhebbers een kaartje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: