Bespiegelingen

Endeavour to survive staat er op een bordje in de ontbijtzaal van de Amble Inn. Het raakt me, omdat het precies aangeeft hoe ik deze solotocht ervaar. Ik ben een pionier, een verkenner, ik moet dingen ondernemen om te overleven. Ik houd ontzettend van nieuwe plaatsen ontdekken met name in de natuur, nieuwe projecten opzetten, nieuwe mensen ontmoeten, en als het ware onontgonnen grond bewerken en zien hoe mooi het gaat worden. De laatste jaren is die ondernemende eigenschap in mij ondergesneeuwd geraakt.

Bordje in het restaurant van de Amble Inn

Regelmatig ben ik spannende avonturen aangegaan. Zes jaar geleden heb ik bijvoorbeeld twee weken als vrijwilliger voor de RSPB (de Britse vogelbescherming) in een natuurgebiedje op de Mull of Galloway in Zuid Schotland gewerkt. Drie jaar geleden ben ik in mijn eentje een paar dagen in retraite geweest in Durham. Elke dag meebidden met het ochtend- of avondgebed in de kathedraal, maakte het een bijzondere tijd. Maar ik was ook blij dat ik weer naar huis kon. Ik voelde me eenzaam, had weinig contact met mensen. Dat maakte het boeken van deze solopelgrimage ook zo spannend. Zou ik me nu weer eenzaam gaan voelen? Gelukkig is dat nu niet het geval, sterker nog, ik voel me als een vis in het water, vrolijk en vrij!

Vrijwilliger bij het RSPB Visitor Centre op de Mull of Galloway in 2015

Als ik dus niks nieuws kan ondernemen, heb ik moeite met (over)leven. Ik heb gemerkt, dat ik er neerslachtig word en me terugtrek. Of ik ga krampachtig proberen de dingen om me heen te controleren, om maar grip te krijgen op mijn leven, wat averechts werkt en ik nog meer gefrustreerd raak. Daardoor was ik twee jaar geleden bereid om een eind aan mijn leven te maken. Hoe heb ik zo diep kunnen zinken? De laatste lockdown heeft me dusdanig diep in de put gebracht, dat ik bang was, weer aan de rand van de afgrond terecht te komen. Daar wil ik liever vandaan blijven. Het was een belangrijke drijfveer om toch dit avontuur aan te gaan, ook al stond ik stijf van de zenuwen van te voren en zat er van alles tegen.

Druridge Bay richting het zuiden (in de verte de energie centrale van Newbiggin)

Vandaag loop ik langs Druridge Bay. Met de bus ga ik terug naar Hadston, waar ik via het Country Park makkelijk bij het kustpad kan komen. Op deze manier loop ik de helft, ongeveer 7 kilometer van het hele zand-en-duin-gedeelte. Om mijn been te helpen probeer ik zoveel mogelijk over een paadje door de duinen te lopen, duintje op, duintje af. Het geeft wat meer afwisseling en is leuker dan het asfalt pad waar het officiële kustpad eigenlijk overheen gaat. Ik begin beter te worden in het luisteren naar mijn been ;-). Zodra ik voel dat ik een spier verkeerd aanspan of er een ander stekelig pijnscheutje is, trap ik op de virtuele rem, ga langzamer of anders lopen en probeer ergens te rusten. Dat werkt en het gaat beter, wat me geestelijk ook een oppepper geeft, omdat ik ermee leer omgaan.

Tegen het einde van het duin- en strandgedeelte zie ik op een driesprong een bordje naar het Hauxley Wildlife Discovery Centre, een natuurgebiedje. Het lijkt me leuk om daar een kijkje te nemen, dus sla ik af. Tot mijn verrassing zie ik er, naast allerlei andere (water)vogels een aantal dodaars, kleine fuutachtigen. Schattige kleine, donkerbruine, ronde bolletjes dons die op het water drijven. Er staat ook een koffiekar op het parkeerterrein, dus ik heb geen spijt van mijn uitstapje.

Terug op het kustpad loop ik Low Hauxley binnen. Een minuscuul dorp met een kerkje dat eruit ziet als een verenigingsgebouwtje. De deur zit dicht, maar er hangt een poster op de deur dat ze eens in de maand een meditatieve viering houden, all welcome. Dat is het soort vieringen waar ik van houd, maar helaas is het niet vandaag. Hauxley ligt weer op zo’n rotsige landtong die ver in zee steekt en vandaar zie ik zelfs Dunstanburgh Castle al liggen, hemelsbreed zo’n 20 kilometer verderop langs de kust! Het wakkert mijn verlangen aan om er naartoe te lopen. Maar het ligt ver voorbij mijn eerste doel, Church Hill bij Alnmouth.

De ruïne van Dunstanburgh Castle in de verte

Mijn oorspronkelijke plan is, om na vandaag nog twee dagen te lopen. Ik had Alnmouth gekozen als einddoel, omdat ik vandaar makkelijk de trein terug kan nemen naar Newcastle. Zoals het nu gaat, kan ik dat met gemak halen. Maar nu ik Dunstanburgh heb gezien, wil ik verder, en misschien door naar Holy Island, of nog veel verder naar het noorden!

Zicht op Amble

Ondanks dat het zo’n grijze dag is en er miezer in de lucht hangt, kuier – amble – ik opgetogen Amble binnen. Op een speelveldje kijk ik gefascineerd naar een hondje dat als een razende snelheidsduivel in het rond rent, Maud. Ik maak een praatje met haar baas. Maud is een hyperactieve Cocker Spaniel working dog. Ik dacht dat onze Bordercollie Dotty snel kon rennen, maar Maud is echt een wervelwind. De vrouw vertelt dat ze inderdaad wel wat training en uitdaging nodig heeft. Ze heeft zelfs al een paar keer een meeuw te grazen genomen, al was ze daar niet zo blij mee. Ik speel ook even met Maud, die helemaal gefixeerd is op haar bal. Als ik hem niet snel genoeg weggooi of even met haar baas praat, tikt ze de bal behendig uit mijn handen. Cheeky dog!

Amble pier

Amble is een leuk, zij het erg toeristisch, vissersdorp waar nog altijd verse vis aan land wordt gebracht. Het heeft een mooie pier, waarover ik langs de rivier de Coquet kan lopen naar de haven. Vannacht wil ik weer in Amble overnachten, maar liefst ergens anders (goedkoper) dan in de Amble Inn. Ik heb op Google gezien, dat er veel mogelijkheden zijn, dus dat moet wel lukken. Maar eerst ga ik op zoek naar St. Cuthbert’s Church.

Amble Haven

Voor de deur van de kerk staat een bord waar ik blij van word: Church open. Ik houd van oude kerken. Als ik binnenkom snuif ik eerst de geur op, soms is het zo’n stoffige geur van oude boeken, soms van kaarsen die zijn uitgegaan, heerlijke geur vind ik dat. Het geeft een gevoel van het betreden van heilige grond, van historie. Ik laat me meevoeren in die gewijde sfeer. Ik geef mijn ogen de kost: Welke beelden hangen er? Zijn er mooie gebrandschilderde ramen? Welke figuren staan daar op? Voelt het somber aan of open en licht? De banken, het altaar, de informatie, alles neem ik in me op en loop langzaam naar voren en kijk of er knielbanken zijn (bij voorkeur met een kussentje). Als ik vooraan ben aangekomen ga ik op de voorste bank zitten en richt me op het kruis, een kaars, of een afbeelding. In St. Cuthbert’s Church is het wat donker, maar het licht schijnt mooi door de gebrandschilderde ramen. Ik laat de stilte op me inwerken en kniel neer om te bidden. Vrij makkelijk vind ik in zo’n verstilde sfeer toegang tot de diepste kern van mijn ziel. Daar heeft zich het afgelopen jaar zoveel emotie opgehoopt, dat die binnen no time eruit stroomt. De mentale druk begint te ontspannen. Het is alsof er een deksel van mijn hart gelicht wordt.

Opeens wordt de stilte verstoord door gestommel achterin de kerk. Er komt een man binnengelopen, die meteen doorloopt naar het koor en daar een paar lampen aandoet. Het blijkt de organist te zijn, die komt oefenen voor de zondagse dienst. Ik vraag of hij het erg vindt dat ik meeluister en misschien hier en daar wat meezing met zijn orgelspel. Hij mompelt iets, waarvan ik maar aanneem dat het een goedkeuring is. Vervolgens worstelt hij zich al mopperend en zuchtend door de verschillende liederen heen. Het klinkt bij lange na niet vlekkeloos en gezien de hoeveelheid tijd die hij er aan besteedt, vrees ik dat het morgenochtend niet veel beter zal zijn. Als uitsmijter pakt hij onder een binnensmonds gemompeld horrid hallelujah het laatste muziekstuk erbij. Het klinkt inderdaad ingewikkeld en de hoop dat het morgen nog wat gaat worden, vervliegt met de tonen. Als hij klaar is, knopen we even een praatje aan. Inmiddels is er ook een koster binnen komen lopen. Hij vraagt wat me hier brengt. Ik vertel dat ik richting het noorden over het kustpad wandel en onderweg graag kerken bezoek. Maar ook, dat ik voor vannacht nog een onderkomen zoek. De organist reageert dat hij thuis een AirB&B heeft, maar dit weekend al vol zit. “Je zou de Schooner Inn kunnen proberen of de Amble Inn” raden ze me aan. Ik bedank hen en loop het stadje weer in om wat eten te kopen en langs wat B&B adressen te gaan.

Hoog opspattende golven tegen de pier van Amble

Omdat ik op Google Maps behoorlijk wat accommodatie-adresjes had gezien, maak ik me er niet druk om. Maar dat valt tegen, weinig adressen zijn ook daadwerkelijk B&B’s en die het wel zijn, zitten vol. Dus uiteindelijk klop ik aan bij de Schooner Inn. Mijn laatste keus, omdat het er nogal verlopen uitziet, weggestopt tussen de huizen. Maar ik moet niet te snel oordelen (denk aan The Old ship)! Helaas is er geen plaats in deze en geen enkele andere herberg, die ik daarna nog bel. Uiteindelijk lukt het toch om via AirB&B een slaapplek te vinden voor twee nachten. Maar het is alleen een kamer met douche en toilet, geen ontbijt (en niet heel voordelig). Ik krijg een code om de voordeur te kunnen openen en kom terecht in een soort doorloophuis met twee trappen met een receptiekamertje ertussenin, dat nu dicht zit. In verband met Corona-maatregelen is de ene trap bestemd om naar boven te lopen, de andere om naar beneden te gaan. Op zoek naar mijn kamer, loop ik langs allemaal deuren met nummers erop. Helemaal in de hoek zit nummer 1, mijn kamer, met de sleutel in de deur. Ik krijg er een beetje de kriebels van. Zo’n zielloos huis met alleen maar deuren en daarachter onzichtbare mensen. Maar ik ben blij met de schone, comfortabele kamer voor twee nachten, wat betekent, dat ik morgen niet al mijn spullen hoef mee te nemen.

Uitzicht uit mijn kamerraam op een huis waar het onkruid langs de dakgoot groeit

Vandaag is er een vlammetje aangewakkerd om door te gaan. Dus begin ik na te denken over hoe dan verder. Morgen is het zondag dan wil ik naar St. Cuthbert’s voor de Holy Communion service en daarna een beetje vrij wandelen, naar Warkworth en langs de rivier de Coquet. Maandag zou ik dan naar Church Hill en Alnmouth willen lopen, ongeveer 8 à 10 kilometer verderop. Heel graag zou ik daarna nog verder willen wandelen langs de kust. Ik heb het gevoel dat ik er nu net goed begin in te komen. Het lopen gaat me steeds beter af, ik kan beter omgaan met mijn pijnlijke been. Maar belangrijker: ik heb me geestelijk in tijden niet zo goed gevoeld! De vraag is of ik mijn overtocht bij DFDS kan omboeken en ik wil dit eerst overleggen met Bert, mijn man. Maar ik heb heel zin om door te gaan!

Coquet Island ligt als een soort duikboot voor de kust bij Amble

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: